Blauw zijn

 

Blauw zijn en dromen
van ochtenden zonder zorgen
van eindeloze dagen met jou.
Zacht zijn en leven
in een betoverende wereld
in een mensenleven klein
en zonder pijn.
Mooi zijn en blij,
jou zijn, mij zijn en wij,
alles en niets zijn,
nergens en overal,
gewoon … Zijn.

Vaag

 

Vaag zei je iets.
Ik begreep het niet,
maar glimlachte.

Vaag glimlachte je terug.
En niets werd duidelijk,
maar tegelijk ook alles:

Leven is tijdreizen,
maandromen, hartenvullen,
sterrenplukken, stampvoetendansen
stil worden, en vaag en vloeibaar
jou omhelzen.