Sterretjes
Je vraagt me sterretjes.
Je houdt van sterretjes, zeg je.
's Avonds, wanneer het donker is
kan je er uren naar kijken,
het zijn jouw stille bondgenoten
van de nacht
en 's morgens voel je nog
hun kracht.
Ik geef je mijn hand,
mijn lege hand
en mijn fonkelende ogen
met heel mijn hart.
Veel kan ik jou niet geven,
hoor ik mij zeggen,
sterretjes zijn zo ver.
Maar jij kijkt me lachend aan
en zegt sterretjes in mijn ogen te zien
en in de palm van mijn hand.
Je zegt sterretjes te horen
twinkelen in mijn woorden
en sterretjes te voelen
in mijn hart.
Je vraagt me sterretjes.
En ik kom dichterbij.